Het Vlaamse volkslied, ontstaan in 1847 in de Gentse vereniging 'Broedermin en Taelyver'. De tekst is van H. van Peene en de muziek van K. Miry. De eerste strofe is ontleend aan het Rijnlied van N. Becker, Sie sollen ihn nicht haben/den freien deutschen Rhein… (1840; een reactie op de nationalistische buitenlandse politiek van Frankrijk), dat in Vlaanderen bekend was en reeds in 1841 door Th. van Rijswijck in het Nederlands werd vertaald. De Vlaamse Leeuw won aan populariteit naargelang de Vlaamse Beweging zich in de 19de eeuw politiek sterker manifesteerde. De muziek van K. Miry vertoont duidelijke invloed van R. Schumann en klinkt eerder als salonmuziek. In zijn structurele opbouw vertoont het lied analogie met La Marseillaise (dur-mollcombinatie). Jef van Hoof heeft de muzikale melodie ritmisch bewerkt en opnieuw geharmoniseerd en De Vlaamse Leeuw gemaakt tot een strijdlied. Ingevolge het decreet van 6 juli 1973 van de toenmalige 'Nederlandse Cultuurraad' is De Vlaamse Leeuw (de eerste twee strofen) het volkslied van de Vlaamse Gemeenschap geworden. De tekst en de notatie van de melodie werden vastgesteld bij ministeriële besluiten van 11 juli 1985.